Verbonden partijen

Kaders

Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarin de gemeente een financieel belang en/of bestuurlijk belang heeft. Met een verbonden partij zet de gemeente Zaanstad één of meerdere taken op afstand. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur van een participatie of het hebben van stemrecht. Met een financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de gemeente. Voorbeelden hiervan zijn een subsidie of een garantstelling.

Het kader rondom verbonden partijen is vastgelegd in de nota Verbonden partijen 2014. In de nota is een strategische visie rondom verbonden partijen opgenomen. Deze visie is verwoord in spelregels. De spelregels horen bij drie verschillende fasen die een verbonden partij kent:

  1. Oprichten: in deze fase komen vragen aan de orde als 'wanneer wordt een verbonden partij opgericht?' 'welke rechtsvorm?'
  2. Beheersen: in deze fase wordt beschreven welk beheer en control instrumentarium wordt gehanteerd voor het risicomanagement en  toezicht op verbonden partijen.
  3. Evalueren en beëindigen: in deze fase wordt ingegaan op de evaluatie van verbonden partijen en de vraag of voortzetting van de samenwerking in de huidige vorm nog het meest passend is.

Deze spelregels vormen de strategische uitgangspunten voor de nota Verbonden partijen. De spelregels zijn nader uitgewerkt in de nota verbonden partijen die is vastgesteld in maart 2014 door de raad.

Beheer verbonden partijen
Met het op afstand zetten van één of meerder taken van gemeente Zaanstad in verbonden partijen, moet de gemeente Zaanstad het toezicht op verbonden inrichten. De ene verbonden partij heeft meer risico’s dan andere verbonden partijen, waardoor het benodigde toezicht per verbonden partij verschilt.
Na oprichting van een verbonden partij wordt het risicoprofiel van de verbonden partij bepaald en daarmee wordt bepaald of de verbonden partij een hoog, gemiddeld of laag risicoprofiel heeft. Bij een hoog risicoprofiel wordt het toezicht op de verbonden partij intensiever dan bij een laag risicoprofiel verbonden partij. Bij hoog risicoprofiel verbonden partijen wordt minimaal 2x per jaar een risicoanalyse uitgevoerd, terwijl bij een laag risicoprofiel verbonden partij een analyse van begroting en jaarrekening volstaat.

Risicoprofiel verbonden partijen
Het risicoprofiel van een verbonden partij wordt bij oprichting bepaald en één keer in de 4 jaar integraal geëvalueerd. Mocht daar tussentijds aanleiding voor zijn, kan het risicoprofiel tussentijds worden herijkt.
Aan de hand van een vragenlijst worden de risico’s in vier deelgebieden in kaart gebracht:

  1. Bestuurlijk
    Op dit onderdeel wordt gekeken naar de stemverhouding, aanvullende bevoegdheden die zijn vastgelegd in statuten of gemeenschappelijke regeling. Daarnaast wordt gekeken in hoeverre verbonden partijen aan de kaderstellende spelregels (vastgesteld in maart 2014) voldoen
  2. Financieel
    De financiële risico’s worden bepaald aan de hand van het financiële belang, aansprakelijkheid en wat is de maximale financiële schade bij beëindiging of faillissement. Het financieel belang kan bestaan uit een jaarlijkse financiële bijdrage, verstrekte leningen of garantstellingen vanuit de gemeente Zaanstad
  3. Politiek
    Bij het politieke belang staat de publieke en maatschappelijke betrokkenheid van een verbonden partij centraal. Vragen als “biedt de verbonden partij substantiële werkgelegenheid in de gemeente Zaanstad?”, “Richt de verbonden partij zich op kwetsbare groepen in de samenleving of op de veiligheid van de burger?” Er wordt bij dit deelgebied ook een inschatting gemaakt over de kans op imagoschade voor de gemeente Zaanstad.
  4. Omgeving
    Omgevingsfactoren die een rol spelen zijn:
    1.  is de verbonden partij gevoelig voor economische bedreigingen (bijvoorbeeld recessie, ontwikkelingen arbeidsmarkt)
    2. afhankelijkheid van veranderende wet- en regelgeving
    3. risicomanagement: zijn er veel niet beheersbare risico’s? wat is de kans dat deze zich voordoen?

De risico’s in deze deelgebieden worden gevisualiseerd in een risicokompas, een voorbeeld hiervan wordt onderstaand weergegeven. Hoe verder de lijn zich beweegt naar de buitenkant van het kompas hoe hoger het risico. In het volgende voorbeeld is het financieel belang en bestuurlijk belang relatief hoog. Een risicoprofiel is hoog als een verbonden partij een totale risicoscore heeft tussen de 30 en 50, een gemiddelde score als een verbonden partij een score van tussen de 20 en 30 heeft en een laag risicoprofiel als de score lager dan 20 is.

De gemeente Zaanstad kent 21 verbonden partijen, waarvan:

  • 7 in een hoog risicoprofiel
  • 9 in een gemiddeld risicoprofiel
  • 5 in een laag risicoprofiel

De hoog risicoprofiel verbonden partijen en de beheersing ervan worden in deze paragraaf beschreven en toegelicht. Het risicoprofiel van de andere verbonden partijen wordt alleen in de bijlage verbonden partijen vermeld.

Landelijke ontwikkelingen

De nieuwe Wet Gemeenschappelijke Regeling en actief toezicht vanuit de provincie
Op 1 januari 2015 is de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR) gewijzigd. De wijzigingen komen mede op verzoek van gemeenteraden en colleges om beter grip en sturing te hebben op de samenwerking. Het gaat er bijvoorbeeld om dat de termijn voor de behandeling van de begroting van de gemeenschappelijke regeling wordt opgerekt. Zo ontstaat er ruimte voor een beter proces waarbij de raad kan sturen op zowel de kaders vooraf, als op de begroting zelf. Ook zijn er wijzigingen in de wijze van samenstelling van het bestuur en de informatie en verantwoordingsplicht van het bestuur. De wijzigingen zullen voor sommige bestaande gemeenschappelijke regelingen tot gevolg hebben dat hier enkele wijzigingen in moeten worden aangebracht binnen een jaar na 1 januari 2015.
Verder wordt een nieuwe vorm van samenwerking geïntroduceerd  namelijk de  “bedrijfsvoeringsorganisatie”, een eenvoudige regeling tussen colleges voor beleidsarme, uitvoerende taken.

Toezicht provincie op gemeenschappelijke regelingen
De provincie Noord-Holland gaat vanaf 1 januari 2015 het toezicht op gemeenschappelijke regelingen actief oppakken. Dit betekent:

  • dat de provincie zich een oordeel zal vormen over de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling en de bevindingen hiervan kenbaar zal maken aan de gemeenschappelijke regeling
  • dat verzoeken tot uitstel van het later indienen van de jaarrekening (15 juli) en begroting (1 augustus) niet gehonoreerd zullen worden door de provincie
  • dat het niet tijdig ontvangen van de jaarrekeningen en/of begroting van de gemeenschappelijke regeling in beginsel zal leiden tot preventief toezicht.

Dit betekent dat de begroting van de gemeenschappelijke regeling en de daarop betrekking hebbende wijzigingen vooraf de goedkeuring van de provincie nodig hebben.

Vennootschapsbelasting
In april 2014 is het concept wetsvoorstel modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsbedrijven gepubliceerd. Met dit wetsvoorstel wil de regering concurrentieverstoring door verschillen in belastingplicht tussen private ondernemingen en publieke ondernemingen voorkomen. Op Prinsjesdag wordt het definitieve wetsvoorstel verwacht. Het eerste belastingjaar zal 2016 zijn.
In de nieuwe regeling is iedere overheidsonderneming in beginsel belastingplichtig. Er zijn diverse vrijstellingen opgenomen voor o.a. interne activiteiten, wettelijke taken en samenwerkingsverbanden. Er geldt een algehele vrijstelling indien de organisatie tenminste 90% vrijgestelde activiteiten verricht én de behaalde winst niet meer dan € 15.000 bedraagt. De vrijstelling voor samenwerkingsverbanden kent strikte voorwaarden.
De nieuwe regeling heeft niet alleen impact op Gemeente Zaanstad, maar ook op de gemeenschappelijke regelingen en andere verbonden partijen. Het komende jaar zal Gemeente Zaanstad de consequenties in kaart brengen en de nodige stappen zetten om de regeling te implementeren.

Verbonden partijen met een hoog risicoprofiel

Een hoog risicoprofiel bij een gemeenschappelijke regeling met een openbaar lichaam wordt vaak veroorzaakt door een hoge financiële bijdrage in de gemeenschappelijke regeling door gemeente Zaanstad. In een aantal gevallen wordt dit beeld nog verzwaard door een beperkte invloed in het Algemeen Bestuur (stemverhouding). Daarnaast spelen factoren een rol als recessie, bezuinigingen, politieke gevoeligheid, maar ook veranderende wet en regelgeving en decentralisatie van taken vanuit het rijk.

Een hoog risicoprofiel bij privaatrechtelijk verbonden partijen wordt vaak veroorzaakt door het financieel belang van de gemeente Zaanstad in de verbonden partij heeft. Aandelenkapitaal, maar ook leningen en garantstellingen spelen een rol. Ook hier speelt de recessie een belangrijke rol, als het economisch minder gaat worden er minder gronden en huizen gekocht door bedrijven en burgers. De verbonden partij kijkt dan vaak naar andere mogelijkheden om de omzet te verhogen, maar hier is toezicht vanuit de aandeelhouders van belang. Als het gaat om risicovolle projecten of projecten buiten de eerder vastgestelde doelstellingen wordt door de gemeente Zaanstad extra risico gelopen.

Gemeenschappelijke regeling Werkvoorziening Baanstede

Risicoprofiel
Baanstede heeft bij de risico-inventarisatie een hoog risicoprofiel gekregen vanwege de politieke gevoeligheid en het feit dat de gemeentelijke bijdrage hoog is, ook doordat er geen eigen vermogen meer is bij het werkvoorzieningsschap. Bestuurlijk gezien heeft Zaanstad 1 van de 9 stemmen in het bestuur, gerelateerd aan het aantal gemeenten dat deelneemt aan deze gemeenschappelijke regeling.

Risicoanalyse

Ontwikkelingen

(Markt) ontwikkelingen

De transitie is in 2014 vertraagd door het faillissement van de beoogde detacheringsorganisatie. De richting en het doel van het transitieplan zijn gelijk gebleven. Momenteel wordt bekeken op welke manier de transitie uitgevoerd wordt en op welke momenten. Het is de verwachting dat hierover meer duidelijkheid komt bij de begroting voor 2016.

Financiële positie

Baanstede heeft geen reserve, er is wel rekening gehouden met herstructureringskosten voor de transitie in de begroting. Tekorten bij de werkvoorziening ontstaan voornamelijk doordat de ontvangen gelden van het Rijk niet voldoende zijn om de medewerkers loon te betalen. Dit verschil loopt de komende jaren op.

Risico's

Het grootste risico is dat Baanstede geen reserve meer heeft om eventuele tegenvallers mee op te vangen (behoudens de WSW-cao verplichting). Hierdoor komen eventuele tegenvallers bovenop de begrote exploitatietekorten direct voor rekening van de negen deelnemende gemeenten. Dit risico ((R469) is opgenomen in de gemeentebrede risico’s en weerstandsvermogen van gemeente Zaanstad.

De stemverhouding is onevenredig, iedere gemeente heeft één stem in het AB, terwijl Zaanstad rond de 48% bijdraagt in het tekort (verdeelsleutel is gebaseerd op aantal inwoners en aantal SW-medewerkers).

Ook kleven er risico’s aan de transitie. Deze heeft vertraging opgelopen en de wijze van detacheren zal aangepast worden. De realisatie van de bezuinigingsmaatregel Baanstede uit 2011 “verlagen gemeentelijke bijdrage en mogelijk verhogen van de inkomsten” kan daardoor ook vertraging oplopen (zie bijlage “voortgangsrapportage bezuinigingen”)

De jaarrekening 2014 komt begin april beschikbaar en hierover zal op het AB in april 2015 worden besloten. Op basis van huidige inschattingen zal de bijdrage van Zaanstad in het begrote tekort lager uitvallen. Voornaamste oorzaak is het feit dat de WSW-cao nog niet is afgesloten. Baanstede heeft in de laatste bestuursvergadering van 2014 laten besluiten om een deel van het niet bestede geld te reserveren voor 2015 (300k), zodat eventuele nabetalingen van de nog af te sluiten cao daaruit betaald kunnen worden. Indien er daarnaast nog een bedrag overblijft, zal dat worden teruggestort aan de 9 deelnemende gemeenten.

Beheersing

Maatregelen

  • Met de deelnemende gemeenten is periodiek ambtelijk overleg over beleid.
  • Belangrijke onderwerpen die in het Algemeen Bestuur worden besproken, worden zo mogelijk vooraf geagendeerd in het college van B&W van Gemeente Zaanstad.
  • Er is een ambtelijke financiële klankbordgroep, waar Baanstede gebruik van maakt bij het samenstellen van de begroting en bij het verbeteren van de informatievoorziening. Zaanstad neemt hier ook aan deel.

NV Huisvuilcentrale (HVC)

Risicoprofiel
Het risicoprofiel van de HVC is hoog. Dit wordt veroorzaakt door grote financiële belangen in de HVC van Gemeente Zaanstad via de gemeenschappelijke regeling AIJZ, onzekerheden over o.a. benutting verbrandingscapaciteit als gevolg van de recessie en de ontwikkeling van de elektriciteitsprijs. Daarnaast participeert HVC diverse consortia, waaronder Windmolenparken. De publieke en maatschappelijke betrokkenheid bij HVC zijn hoog, afvalverwerking raakt de burger. Onder “ontwikkelingen HVC” wordt hier nader op ingegaan.

Risicoanalyse

Ontwikkelingen

(Markt) ontwikkelingen

Recessie
HVC ondervindt hinder van de recessie. Dit leidt in 2015 onder andere tot een lichte stijging van de verwerkingstarieven. Een grote invloed op het tarief heeft een in 2014 ingevoerde rijksheffing op het verbranden van afval. Door onder andere tijdige inzet van HVC op import van afval is op dit moment bij de energiecentrales geen sprake van leegloop. Wel houdt HVC in de strategische bedrijfsplanning rekening met het verminderen van de verbrandingscapaciteit, door o.a. de verbindingslijn(en) in Dordrecht op korte en middellange termijn te sluiten en op deze manier in te spelen op de verminderde capaciteitsvraag.  Bedrijfseconomisch is het importeren van afval op dit moment voordeliger dan het voortijdig sluiten/afschrijven van de installaties. HVC heeft de opdracht om een zo hoog mogelijk milieurendement te realiseren tegen de laagst verantwoorde kostprijs.

Beleidsontwikkelingen

In zowel het nationale als het internationale beleid wordt het belang van de inzet van uit het afval afkomstige secundaire grondstoffen benadrukt. HVC gaat de komende jaren fors inzetten op de transitie van afvalstromen. Hierdoor dient in de nabije toekomst steeds meer te worden ingezet op inzamelsystemen en bewerkingsprocessen, waarmee zo veel en zo waardig mogelijk hergebruik van reststromen wordt gerealiseerd. Dit zal binnen het verzorgingsgebied van HVC een combinatie zijn van (met name) bron- en nascheidingsmaatregelen. Per gemeente wordt maatwerk geleverd. De milieustraten worden geoptimaliseerd en de samenwerking met partners wordt geïntensiveerd. De kernpunten uit het Energieakkoord sluiten goed aan bij de door de aandeelhouders gewenste rol van HVC. Een toenemende import en dalende elektriciteitsvraag leiden wel tot  een daling van de opbrengst van elektriciteit. De toename van inkomsten uit de elektriciteitsverkoop kan op termijn worden verwacht door de reeds ingezette capaciteitsuitbreiding. De energie-installaties draaien goed. De Bio energiecentrale in Alkmaar is weer in bedrijf na de grote brand in 2013.

De focus op een toenemend percentage hergebruik betekent voor de komende jaren een verdere daling van de hoeveelheid brandbaar restafval, zowel door onze aandeelhouders als door bedrijven aangeleverd. De markt voor de import van brandbaar restafval uit Engeland blijft naar verwachting de komende jaren gunstig, zodat volop kan worden ingezet  op het invullen van het tekort aan afval met geïmporteerd afval uit Engeland. De invoering van rijksbelasting zou kunnen leiden tot een snellere afname van de hoeveelheid verbrandbaar restafval. Om de doelstellingen op het gebied van recycling te kunnen realiseren, is de manier van inzamelen volop in ontwikkeling. Afhankelijk van de besluitvorming met betrekking tot bijvoorbeeld drankenkartons en blik kan dit ook voor HVC Grondstoffen leiden tot andere inzamelconcepten/-stromen. 

In 2013 werd in Dordrecht vanaf de afvalenergiecentrale een stoomkoppeling gelegd naar de naastgelegen fabriek van DuPont. De voorbereidingen voor de aanleg van het warmtenet vanaf de Dordtse afvalenergiecentrale kwamen in 2013 in een beslissende fase, waardoor de komende drie jaar vele kilometers buis (17 kilometer) de grond in gaan. Uiteindelijk zullen 10.000 huizen en/of gebouwen in Dordrecht van duurzame warmte worden voorzien.
De omvang van het warmtenet in Alkmaar nam in 2013 gestaag toe. De meeste warmteprojecten richten zich vooral op nieuwbouw, maar in Alkmaar en Dordrecht gaat het warmtenet ook vele bestaande gebouwen van warmte voorzien. De opgedane ervaringen op dit gebied stelt HVC beschikbaar aan andere aandeelhouders. Er worden steeds meer bedrijven, scholen en woonhuizen aangesloten op het warmtenet van HVC. Daardoor zal de hoeveelheid geleverde warmte door HVC in de komende jaren blijven stijgen

Financiële positie

Financiën
HVC heeft in 2013 grote stappen gezet om uit de rode cijfers te komen in 2014. De resultaten zijn op dit moment over de gehele linie beter dan verwacht. Bijvoorbeeld:

  • De kasstroom is in 2013 toegenomen naar  € 76 miljoen;
  • Het genormaliseerd netto resultaat is gestegen naar € 8 miljoen.
  • Mede dankzij een structurele ombuiging van 19 miljoen euro, die voor 2016 moet zijn gerealiseerd, verbeterde het nettoresultaat in 2013 met € 14 miljoen; van € -19 miljoen naar € -4,9 miljoen.
  • Het bedrijfsresultaat voor afschrijvingen (EBITDA) komt uit op € 111 miljoen. Dit is € 16 miljoen hoger dan vorig jaar (€ 95 miljoen).
  • De netto schuld-afname is in 2013 € 33 miljoen (in 2012 € 28 miljoen).
  • HVC verwacht vanaf 2014 uit de rode cijfers te zijn, mede afhankelijk van de ontwikkelingen in de elektriciteitsmarkt.

Eind 2012 hebben externe deskundigen bevestigd dat de aangescherpte koers door de directie van HVC tijdig is ingezet. Het totaalpakket aan maatregelen en ombuigingen dat medio 2012 is ingezet, resulteert blijkens de externe toets op zowel korte als lange termijn in een goed financierbare organisatie. De Bank Nederlandse Gemeenten onderschrijft deze conclusie. Ook de jaarrekening 2013 van HVC bevestigt dit beeld. Helaas hebben in 2013 een tweetal grote incidentele tegenvallers (verplichte wijziging van de afschrijvingsmethodiek en de grote brand in de Bio-energiecentrale in Alkmaar) het resultaat van het bedrijf nog negatief weten te beïnvloeden (€ -4,9 miljoen).

De verwachting voor 2014 is dat HVC zwarte cijfers zal schrijven. Er wordt een netto resultaat voor 2014 verwacht tussen € 2 en € 5 miljoen.

Risico's

De risico’s die kunnen worden onderkend zijn ten eerste lagere verwerkingstarieven op bedrijfsafval door landelijke overcapaciteit en lagere energie-inkomsten als gevolg van lagere prijzen op de elektriciteitsmarkt. Daarnaast wordt als gevolg van de recessie door bedrijven minder afval geproduceerd. Dit draagt ook bij aan overcapaciteit bij de afvalbedrijven en leidt weer tot bovengenoemde lagere verwerkingstarieven.

In de ballotageovereenkomst (die door AIJZ mede namens de gemeente Zaanstad is ondertekend) zijn de rechten en plichten tussen de vennootschap HVC en de aandeelhouders van HVC geregeld.  Vanuit de rol van HVC als uitvoeringsinstantie van publieke (afvalzorg)taken zijn daarin o.a. verplichtingen van de aandeelhouders opgenomen over de garantstelling voor leningen (art. 9), de borgstelling voor verliezen (art. 7) en de aanbiedingsplicht van eigen huishoudelijk restafval aan HVC.
Bij de oprichting van HVC en het aangaan van de ballotageovereenkomst was geen garantieplafond afgesproken voor de leningen van HVC. De directie en de RvC van HVC hebben in december 2012 voorgesteld om het niveau van de 'artikel 9'-leningen (alleen ter herfinanciering van de huidige activiteiten van HVC) te maximaliseren op het niveau van ultimo 2011 (€ 670 miljoen). Er is daarnaast een investeringsstop voor nieuwe projecten ingevoerd. Alleen noodzakelijke vervangingsinvesteringen worden nog onder artikel 9 gepleegd. Per 31 december 2013 staan de aandeelhouders nog garant voor een bedrag van circa € 640 miljoen, waarvan aandeelhouders A voor een bedrag van circa €593 miljoen. Het aandeel van Zaanstad hierin (via AIJZ) is circa 9%.

De mogelijke risico’s op grond van artikel 7 zijn op dit moment niet aan de orde, maar de AvA is zich bewust van dit mogelijke risico en heeft HVC gevraagd om het eigen vermogen verder te versterken.

In de ballotageovereenkomst zijn de deelnemende gemeenten een uitsluitend recht met HVC overeengekomen voor het aanbieden van eigen huishoudelijk restafval. Omdat zowel de gemeenten als HVC er belang bij hebben dat de afvalverwerkingsafspraken tussen de gemeenten en HVC aanbestedingsrechtelijk houdbaar blijven, heeft de rekenkamer in het recente onderzoek de deelnemende gemeenten geadviseerd om ook een specifiek uitsluitend recht met HVC overeen te komen. Voor zover daarin door deelnemende gemeenten nog niet is voorzien, is via AIJZ aangedrongen om daartoe alsnog over te gaan. Zaanstad heeft reeds in 2010 ook dit aanvullend uitsluitend recht aan HVC verleend (voor de inzameling, het beheer en de verwerking van binnen de gemeente vrijkomende huishoudelijke afvalstoffen, zoals bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wet milieubeheer, alsmede voor gladheidbestrijding) in de Afvalstoffenverordening en het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening.

Het risico dat de garantstelling aan AIJZ wordt aangesproken (R470) is opgenomen in het gemeentebrede risicomanagement en weerstandsvermogen van de gemeente Zaanstad

Beheersing

Maatregelen

  • Bestuursopdracht naar aanleiding van rekenkamerrapport. Deze opdracht wordt uiterlijk in het vierde kwartaal van 2015 uitgevoerd.
  • Annotaties van de agenda van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders in het college van B&W
  • Periodiek ambtelijk overleg met AIJZ gemeenten en via verschillende klankbordgroepen (zowel financiële als beleidsmatige) met de overige aandeelhouders van HVC.
  • In AIJZ verband vindt ook periodiek bestuurlijk overleg plaats. Minimaal twee keer per jaar, gemiddeld drie keer per jaar.

Betaalbare Koopwoningen Zaanstad (BKZ)

Risicoprofiel
Het zwaartepunt van de risico's van BKZ liggen op het politieke en financiële vlak. De doelstelling van BKZ is bijdragen aan de volkshuisvesting binnen de gemeente Zaanstad. Deze doelstelling heeft politiek de aandacht. Vanwege de leningsovereenkomst die BKZ heeft afgesloten met de gemeente Zaanstad tot een maximumbedrag van 28 miljoen euro en ter financiering van de Afzetgarantieregeling is het financieel belang groot te noemen.

Risicoanalyse

Ontwikkelingen

(Markt) ontwikkelingen

De verkoop van BKZ garantiewoningen woningen zal mogelijk in februari 2015 worden afgerond (totaal 105 woningen uit de afzetgarantiewoningen zijn dan verkocht). BKZ bleek in een markt met een teruglopende woningproductie een van de weinige aanbieders van nieuwbouwwoningen in 2013 en 2014. Dit heeft de verkoop versneld.
De portefeuille van BKZ traditioneel van omvat nog ca. 300 contracten.
De BKZ erfpachtvariant loopt nog. De verkoop van Murano loopt nog en in 2014 heeft B&W van Gemeente Zaanstad besloten ook de Strip fase 3 toe te voegen aan deze variant. Op dit moment wordt hier nog niet veel gebruik van gemaakt.
Na verkoop van de garantiewoningen komt BKZ nu meer in een beheersfase terecht, waarbij de nadruk komt te liggen om een goede beheersing van de financiën en cashflow en inzicht in het risico van het niet aflossen (afnemen van tranches) van de koper naar de gemeente.
Op dit moment wordt verkend of BKZ kan participeren in nieuwe activiteiten in de woningmarkt. Afhankelijk van de uitkomsten hiervan zullen eventuele voorstellen voor nieuwe activiteiten ter besluitvorming worden voorgelegd.
Op dit moment onderzoekt BZK de mogelijkheden voor funderingsherstel, pilot voor 6 woningen. Dit blijkt lastig, de banken bewegen nauwelijks mee waardoor dit financieel een lastig vraagstuk is. De uitkomsten hiervan zullen worden gedeeld in het college.

Financiële positie

Jaarcijfers 2013 zijn inmiddels beschikbaar, jaarcijfers 2014 volgen in mei. Hier worden geen grote wijzigingen verwacht.
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft bevestigd dat er geen sprake is van kredietverlening en BKZ geen vergunningsplichtige activiteiten uitvoert

Risico's

  • Nu alle woningen zijn verkocht is het verkoopriscio niet langer aan de orde.
  • Het trancherisico op de opstal bestaat nog wel. Hierbij worden de tranches (20% (traditioneel) en 30% (afzetgarantiewoningen ) van de opstalwaarde) niet afgenomen door de kopers (en dus niet terugbetaald op korte termijn). Dit komt omdat er geen inkomensstijging plaatst vindt. Gevolg is dat dan pas bij (door)verkoop de resterende tranches worden gerealiseerd (afgelost). Dit wordt door BKZ gemonitord.
  • Risico van waardevermindering grond.

Beheersing

Maatregelen

  • Jaarlijkse inkomenstoets bij kopers door BKZ.
  • Periodieke rapportages naar college (4x) en raad (2x). Deze rapportages bevatten gegevens met betrekking tot aantal woningen, liquiditeit, prognoses cashflow, risico’s, etc.
  • 1x tot 2x per maand is er overleg tussen ambtenaren en directeur van BKZ, de relatie is goed.
  • BV/holding structuur wordt aangepast naar een eenvoudige, beter beheersbare structuur.
  • Nu de woningen van de garantieregeling zijn verkocht wordt met de directeur BKZ gekeken hoe de beheersing van BKZ effectiever/efficiënter kan worden ingericht.
  • In overleg met de directeur BKZ zal worden nagegaan hoe het proces van de oplevering van de jaarrekening sneller kan voor de jaren 2015 e.v.

Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland

Risicoprofiel
Met de overdracht van de brandweer aan de regio is de bijdrage van Zaanstad aan de verbonden partij gestegen tot 11 miljoen euro.

Risicoanalyse

Ontwikkelingen

(Markt) ontwikkelingen

Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland
Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland werkt aan een kwalitatief hoogwaardige brandweerorganisatie die efficiënt en effectief is. Sinds 1 januari 2014 is de brandweer niet meer lokaal maar op regionale schaal georganiseerd. Deze regionale benadering evenals ontwikkelingen op het terrein van innovatie, veranderende inzichten binnen de brandweer en bezuinigingen, zorgen ervoor dat we opnieuw naar de totale brandweerorganisatie gaan kijken.
Om te komen tot de nieuwe inrichting van de brandweerorganisatie (medio 2016-2017) worden een aantal stappen gezet. Dit jaar worden gegevens verzameld uit vier belangrijke projecten, te weten Uitrukken op maat, Operationele grenzen, het Dekkingsplan en het Paraatheidssysteem. Het onderzoeksrapport Dekkingsplan fase 2, inclusief een onderzoek naar de blusboot van Zaanstad is nu gereed. Het bestuur heeft naar aanleiding van dit rapport een aantal bestuurlijke uitgangspunten opgesteld:

  • Kwaliteit van de brandweerzorg staat voorop
  • De brandweer heeft een belangrijke maatschappelijke functie
  • De brandweer wordt integraal benaderd
  • Aansluiten bij landelijke maatschappelijke en bestuurlijke context

De planning is om eind 2015 het beeld van de nieuwe inrichting van de brandweerorganisatie gereed te hebben en deze medio 2016-2017 te implementeren.
Daarnaast gaat de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland de begroting doorontwikkelen naar een prestatiebegroting. In 2015 zal hier een aanzet toe worden gemaakt in samenspraak met de deelnemende gemeenten.
Meldkamer
De huidige tweeëntwintig regionale meldkamers moeten in 2017 één landelijke organisatie zijn met meldkamers op tien locaties. Die tien meldkamers gaan op dezelfde manier en met een nieuw nationaal meldkamersysteem (NMS) werken.
In de aanloop naar de nieuwe landelijke meldkamerorganisatie, zet Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland, samen met de GHOR Zaanstreek-Waterland, de Eenheid Noord Holland (politie), de Veiligheidsregio Kennemerland, Veiligheidsregio Noord-Holland Noord en de KMAR de eerste voorbereidende stappen. De overgang naar één landelijke meldkamerorganisatie betekent dat de meldkamers in Zaanstreek-Waterland samengaan met de meldkamers van de regio’s Noord-Holland Noord en Kennemerland. De nieuwe locatie voor deze gezamenlijke meldkamer wordt Haarlem. De ruimte van de huidige meldkamer van de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland komt dan leeg te staan. De financiële effecten hiervan zullen in 2015 in kaart worden gebracht.

Financiële positie

jaarrekening 2014 en begroting 2016-2019 nog niet beschikbaaar

Risico's

  • De dubbele rol van Gemeente Zaanstad in het Algemeen Bestuur in de rol van voorzitterschap en de rol van vertegenwoordiging van Gemeente Zaanstad kan leiden tot conflicterende belangen
  • Onvoldoende sturing op de exploitatie van de restcapaciteit van het oefencentrum voor commerciële activiteiten. De Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland is verantwoordelijk voor de uitvoering van de exploitatie van het oefencentrum, Gemeente Zaanstad kan hier beperkt op sturen.
  • Leegstand meldkamer pand Prins Bernhardplein 1 vanaf 2017, wat leidt tot verminderde huurinkomsten.

Beheersing

Maatregelen

  • Wijziging van de governance structuur staat voor 2015 op de agenda van het Secretarissen Overleg Regional Rampenbestrijding (SORR). Doel is om te komen tot een integraal (ambtelijk) advies op belangrijke financiële / beleidsvraagstukken waarbij de rollen opdrachtgeverschap, eigenaarschap en kolomrol goed geborgd worden.
  • De diensten die Zaanstad levert aan de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland zijn vastgelegd in een getekende Service Level Agreement (SLA).
  • Er is een uitvoeringsovereenkomst tussen Gemeente Zaanstad en de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland ten behoeve de exploitatie van het oefencentrum.

Gemeenschappelijke regeling GGD Zaanstreek-Waterland

Risicoprofiel
Het risicoprofiel van de GGD is hoog. De bijdrage van gemeente Zaanstad in de gemeenschappelijke regeling is hoog, € 7,5 mln, terwijl gemeente Zaanstad beperkte invloed heeft in het Algemeen Bestuur. Iedere gemeente heeft één stem. Dit komt neer op een stemverhouding van 11% en een financiële bijdrage van 45% van het totaal. De activiteiten van de GGD raken de gezondheid van de burger, de maatschappelijke en publieke betrokkenheid is dan ook hoog.
De GGD valt onder de Wet Publieke Gezondheid uit 2008. Met de decentralisaties in het sociale domein zal een herijking van taken van de GGD plaatsvinden.

Risicoanalyse

Ontwikkelingen

(Markt) ontwikkelingen

De GGD bereikt de gestelde doelstellingen, maar dit is niet langer voldoende. Als gevolg van de decentralisaties in het sociale domein wordt op gemeentelijk niveau gekeken hoe nieuwe en bestaande taken het beste georganiseerd kunnen worden. Omdat een deel van de taken op dit moment bij de GGD is ondergebracht worden de taken van de GGD hierin ook meegenomen. De GGD werkt nu aan de ontwikkeling van een nieuwe visie hoe de GGD op deze ontwikkelingen kan en wil inspelen. De visie wordt na de zomer verwacht. Daarna zal de functie van directeur ingevuld worden. Deze wordt op dit moment waargenomen door de adjunct directeur.
De GGD wil zich ontwikkelen tot een organisatie die kan meebewegen in alle ontwikkelingen in het sociale domein.

Op dit moment is het maatwerk per gemeente via subsidies naar de GGD geregeld. Door de maatwerksubsidies op een andere wijze te organiseren kunnen zowel inkoop als efficiencyvoordelen worden gerealiseerd zonder dat dit ten koste gaat van de diensten en producten.

In 2015 wordt onderzocht hoe dit vorm kan krijgen met ingang van 2016.  De bezuiniging van € 500.000 die in 2017 gerealiseerd moet worden op het maatwerk zal in de nieuwe financieringsvorm  worden meegenomen
Verder is het van belang dat in de loop van het jaar 2015 de gemeenschappelijke regeling GGD Zaanstreek-Waterland conform de Wijzigingswet gemeenschappelijke  regelingen zal worden gewijzigd. De ingangsdatum van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling zal 1 januari 2016 zijn

Financiële positie

De Jaarrekening 2014 komt eind maart beschikbaar. Op basis van de inschattingen nu, zijn de reserves voldoende om de risico’s te dragen. Bovendien worden geen grote tekorten of overschotten verwacht.

Risico's

  • De GGD heeft aangegeven tijd nodig te hebben om zich te ontwikkelen naar een meer flexibele organisatie. De externe omgeving vraagt echter nu al om deze flexibiliteit. Kan de GGD op tijd meebewegen?
  • De GGD is eigen risicodrager voor de WW. Bij bezuinigingen is er een frictiebudget binnen de GGD die dit op kan vangen. Voor de toekomst is het van belang dat nagedacht wordt hoe het personeelsbeleid eruit gaat zien. Gaat er gewerkt worden met een flexibele schil, waardoor het WW risico niet langer bij de GGD ligt? Hier zijn nog geen strategische beslissingen op genomen.
  • De stemverhouding is onevenredig, iedere gemeente heeft één stem in het AB.
  • Mocht het maatwerk per gemeente in 2016 middels een andere financieringsvorm plaats gaan vinden, dan zal de afbouw van de reeds langlopende subsidies zorgvuldig moeten gebeuren.

Beheersing

Maatregelen

  • De contractmanager heeft frequent overleg met de adjunct-directeur en de financieel directeur van de GGD. Deze relatie is goed. Waar vorig jaar nog sprake was van laat en reactief informeren vanuit de GGD, is nu veel meer sprake van proactief informeren.
  • Met de deelnemende gemeenten is periodiek ambtelijk overleg over financiën en beleid. Bij dit overleg is de GGD aanwezig om onderwerpen toe te lichten.
  • Belangrijke onderwerpen die in het Algemeen Bestuur worden besproken, worden zo veel mogelijk vooraf geagendeerd in het college van B&W van Gemeente Zaanstad.

Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Risicoprofiel
Het risicoprofiel van de Omgevingsdienst NZKG is hoog. De bijdrage van Gemeente Zaanstad in de gemeenschappelijke regeling is hoog, € 1,9 mln, terwijl de invloed relatief beperkt is. Gemeente Zaanstad heeft 4% van de stemmen. Daarnaast is de Omgevingsdienst NZKG sterk afhankelijk van veranderende wet en regelgeving. Onder “ontwikkelingen Omgevingsdienst NZKG” wordt hier nader op ingegaan.

Risicoanalyse

Ontwikkelingen

(Markt) ontwikkelingen

Na de opbouw van de organisatie en het plaatsen van medewerkers afgelopen recente jaren was de officiële start van de OD NZKG 6 februari 2014. De hoofdkoers betreft het behalen van vijf ambities zoals vastgesteld door het algemeen bestuur in de kaderbrief 2015-2020. Deze eerste twee ambities betreffen financiële en procesmatige transparantie en sturing en accountmanagement op orde. Met deze eerste ambities om de basis op orde te krijgen is een reeds een begin gemaakt. Vanaf 2015 komt ook meer nadruk op overige ambities professionele kwaliteit en gezag, landelijke speler en expertisecentrum en risico en informatie gestuurd werken.

Per gemeente wordt jaarlijks de dienstverleningsovereenkomst (DVO) geactualiseerd, op dit moment wordt gewerkt aan de DVO 2015. Per gemeente worden hier afspraken gemaakt over de wettelijke taken en maatwerktaken, voor Zaanstad zijn dat bodemtaken en er is extra 400 uur opgenomen voor ad hoc projecten.  De DVO wordt eind februari/maart afgerond. DVO 2015 bestaat uit een lumpsum bedrag, de WABO-decentralisatie en daarbovenop een aantal “specials”  Vooralsnog is dit een totaalbedrag van afgerond €1,991 mln. Dit is iets hoger dan het bedrag  in 2014.

Naar aanleiding van de nieuwe Wet Gemeenschappelijke Regelingen zal de gemeenschappelijke regeling door de OD zelf worden aangepast aan de nieuwe wet. Tevens wordt hierin de actuele situatie meegenomen, namelijk dat het aandeel van Gemeente Zaanstad is gewijzigd is van 4% naar 6%.

Lumpsum financiering wordt met een jaar verlengd. Dit geeft ruimte om het onderzoek naar tariefdifferentiatie goed uit te voeren. Dit zal er toe leiden dat na 2016 voor simpelere zaken een lager tarief wordt gerekend en voor complexere zaken een hoger tarief.

In 2015 wordt een de verkenning van een mogelijke fusie met de OD IJmond voortgezet.

Financiële positie

De (concept) jaarrekening is afgesloten met een positief resultaat van € 494.000. De definitieve jaarrekening 2014 komt eind maart beschikbaar, conform de nieuw Wet Gemeenschappelijke Regelingen moet de jaarrekening op 15 april beschikbaar zijn. Aan dit wettelijk kader wordt voldaan.
Het eigen vermogen is ultimo 2014 licht gedaald naar € 1.200.000 (was 1.265.000 eind 2013). Het vreemd vermogen bedroeg eind 2014 € 840.000 (was €1.050.000 eind 2013).
Het positief resultaat van € 494.000 wordt toegevoegd aan de weerstandsreserve om de tegenvaller vanaf 2016 op te vangen. Deze tegenvaller betreft de decentralisatie WABO van de provincie naar de gemeentes en de daaraan gekoppelde verdeeleffecten van het provinciefonds naar het gemeentefonds. Dit betekent voor de OD vanaf 2016 een structureel nadelig effect.

Risico's

De kwartaalrapportages van de OD zijn te veel op hoofdlijnen waardoor de consequenties voor de afzonderlijke gemeentes onvoldoende tot uiting komen. Dit is onderdeel van de periodieke gesprekken met de OD.

Belangrijkste algemene financiële risico’s voor de OD betreffen een eventuele aantasting van de vermogenspositie van de OD, die vervolgens ook weer een effect op Zaanstad kunnen hebben. Deze algemene risico’s zijn bijvoorbeeld de actualisaties van de DVO’s, decentralisatie WABO resulterend in lagere omzet voor de OD, nieuwe financieringsmethode en overdracht BRZO (Besluit risico's zware ongevallen)-bedrijven van gemeenten naar provincies. Gemeente Zaanstad heeft een BRZO bedrijf, bij de andere deelnemers in de OD zijn de aantallen hoger. De overgang van deze bedrijven naar de provincies gaat gepaard met discussie over hoe hoog het bedrag is dat dan overgaat naar de provincie.

In 2015 wordt gestopt met “verlengde kabels”. Dit betekent dat de OD niet meer bij Gemeente Zaanstad in de systemen kan kijken, maar dat deze systemen na 1 juli 2015 apart zijn. Hier wordt risico gelopen dat de overgang niet foutloos verloopt met als gevolg dat diensten naar de burger te laat of niet gebeuren.

Beheersing

Maatregelen

De omgevingsdienst heeft een eigen beleid op risicomanagement en weerstandsvermogen. Er wordt een norm gehanteerd hoeveel reserve moet worden aangehouden voor de risico’s

Er zijn veel overleggen tussen gemeente en OD op verschillende niveaus. Hiermee wordt de ambitie van accountmanagement ingevuld. Komende jaren gaat Gemeente Zaanstad na of het aantal overleggen wat teruggebracht kan worden met als doel meer te komen tot uitkomststuring. Op dit moment kent de Gemeente Zaanstad de volgende afstemmingsoverleggen:

  • 3 tot 4 keer per jaar wordt periodiek overleg gevoerd met de concerncontroller en de directeur bedrijfsvoering van de OD met ambtelijk vertegenwoordigers uit de deelnemende gemeentes en provincie op het gebied van financiën
  • 1x per 6 weken is er ambtelijk vooroverleg ten behoeve van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur
  • 1x per maand vindt er op directieniveau overleg plaats tussen gemeente en OD
  • 1x per 8 weken worden politiek gevoelige dossiers besproken in de staf
  • Participatie in diverse klankbordgroepen

Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Noordzeekanaalgebied (RON)

Risicoprofiel
Het risicoprofiel van de RON is hoog. Naast de grote financiële belangen ligt in de uiteindelijke realisatie van bedrijvenpark HoogTij ook een groot maatschappelijke belang en ruimtelijk-economisch belang. Voor een nadere toelichting hierop zie de risicoanalyse hieronder.

Risicoanalyse

Ontwikkelingen

(Markt) ontwikkelingen

Gemeente Zaanstad is aandeelhouder in de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Noordzeekanaalgebied (RON). De RON bestuurt vijf projecten waarvan drie in Zaanstad. Dit zijn: Hoogtij (dit project wordt uitgevoerd door het Ontwikkelingsbedrijf Haventerreinen Westzaan BV — OHW BV) RON Nieuw Bruynzeel en het Houtcentrum te Zaandam. Twee andere projecten zijn BUKO (RON deelnemingen II) in Beverwijk en Polanenpark in Haarlemmerliede.
Eén van de belangrijkste projecten van de RON is het project HoogTij. Bij de geprognosticeerde gronduitgifte voor het project HoogTij is in de afgelopen jaren uitgegaan van spoedige uitgifte van natte terreinen. Binnen de huidige samenwerking was dit bewust de professionele verantwoordelijkheid van Haven Amsterdam. Het wegblijven van klanten heeft dit proces vertraagd. Ondanks potentiële leads is in de loop van 2013 duidelijk geworden dat het ontbreekt aan een concreet zicht op gronduitgifte. Eind 2013 hebben de aandeelhouders besloten tot een herziening/ heroriëntatie op het project HoogTij. Met het verder uitblijven van gronduitgifte (op korte termijn) komt een negatief resultaat van de grondexploitatie in beeld. De aandeelhouders RON (Havenbedrijf Amsterdam, Provincie Noord Holland en de gemeente Zaanstad) hebben afgesproken met een definitieve oplossing voor de knelpunten van de RON te onderzoeken waarbij geen enkele optie is uitgesloten. Hierbij zijn drie scenario’s onderzocht:

1.     Basis scenario (going concern)
2.     Scenario faillissement
3.     Scenario aankoop droog door Gemeente Zaanstad

De strategische en bedrijfseconomische haalbaarheid van de uitgangspunten achter de doorrekeningen en de alternatieve scenario’s zijn inmiddels voor een second opinion voorgelegd aan een derde. Hierover zal de raad nog mondeling geïnformeerd worden.

Met de komende provinciale verkiezingen in maart 2015 is het voor aandeelhouder provincie Noord Holland niet meer mogelijk om nog voor de verkiezingen te besluiten over de toekomst van de RON. 
Dit betekent dat (gezien het benodigde draagvlak voor de toekomststrategie en ook gezien de statutaire afspraken in RON) de aandeelhouders RON NV i.s.m. de projectpartner op HoogTij (BNG) pas zullen kunnen besluiten over de toekomst RON nadat er een nieuw provinciaal bestuur is aangetreden.

Financiële positie

Jaarcijfers 2013 zijn in januari definitief vastgesteld

Risico's

Het belang en daarmee risico’s van gemeente Zaanstad bij de heroriëntatie RON concentreert zich rondom HoogTij. Naast de grote financiële belangen ligt in de uiteindelijke realisatie van bedrijvenpark HoogTij ook een groot maatschappelijke belang en ruimtelijk-economisch belang:

  • De strategische ligging van HoogTij aan het Noordzeekanaal biedt mogelijkheden voor maatschappelijk rendement in termen van werkgelegenheid, ruimtelijke kwaliteit en economische structuurversterking
  • het economisch belang kan in directe zin worden uitgedrukt in omzet van grond (grondexploitatie). Hier moet rekening worden gehouden met een negatief resultaat. Daartegenover staat dat bij een verdere uitgifte van het terrein de overheid opbrengsten genereert in de vorm van OZB belasting
  • in de metropoolregio Amsterdam (MRA) is er sprake van een overaanbod van bedrijventerrein, vooral van het zogenaamde modern gemengd bedrijventerrein. In deze categorie valt het merendeel van de droge bedrijventerreinen. Tegelijkertijd is voor de komende 30 jaar een aanzienlijke woningbouwbehoefte geprognosticeerd van ongeveer 150.000 a 200.000 woningen in de MRA
  • Economische prognoses wijzen op een grote marktvraag naar haventerrein. De uitgifte van natte terreinen op HoogTij is de katalysator voor de uitgifte van de droge/gemengde terreinen (bevestigd in alle expert-adviezen w.o. het Collier rapport en de 2nd opinion door Fakton).
  • Zaanstad heeft belang bij het beheersen en zoveel mogelijk veiligstellen van de financiële belangen van Zaanstad, dan wel het zoveel mogelijk beperken van de risico's

Per scenario verschillen de risico’s en financiële en juridische consequenties.

Beheersing

Maatregelen

  • Een weloverwogen afweging op de scenariokeuze en uitgangspunten door middel van een second opinion van een derde partij
  • Breed draagvlak t.a.v. de besluitvorming : frequent ambtelijk en bestuurlijk overleg op het dossier RON, zowel binnen de gemeente als daarbuiten 
  • Het tijdig informeren van de raad wanneer er belangrijke stappen in het proces worden genomen of actuele ontwikkelingen te melden zijn

Wijzigingen Verbonden Partijen

Regionale samenwerking decentralisaties sociale domein
De RZM, een lichte variant van een gemeenschappelijke regeling, betreft de afspraak tot samenwerking op het gebied van de drie decentralisaties (Jeugdhulp, AWBZ en Participatie) met de 8 andere gemeenten in Zaanstreek-Waterland (Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zeevang) als het bijvoorbeeld om inkoop en het contractmanagement gaat. Om deze samenwerking in de praktijk te realiseren, heeft de gemeente Zaanstad met de regiogemeenten een Dienstverlenings- en samenwerkingsovereenkomst “Regionale Inkoop Sociale Domein” (DVO) afgesloten voor 2014 en 2015. Hierin is geregeld dat de gemeente Zaanstad voor deze regio de inkoop en het contractmanagement op het gebied van Jeugdhulp en AWBZ/Wmo regelt tot het niveau van Regionale inkoopovereenkomsten Jeugd en Basis/Deelovereenkomsten AWBZ/WMO.

Recreatieschappen
De inhoudelijke ontwikkelingen in de recreatie en het landschap vormen aanleiding om de bestuurlijke organisatie van de recreatieschappentegen het licht te houden. Andere bestuursvormen zijn  door een extern bureau onderzocht. Dit kan leiden tot een scheiding van strategisch beleid en beheer, minder bestuurlijke drukte en meer ruimte voor andere deelnemers die ook een rol hebben bij recreatie en landschap. Uit de bestuursmodellen die zijn onderzocht heeft GS besloten het executieve model ( een beleidsmatig sturende provincie) nader te onderzoeken. GS heeft zich uitgesproken om, in het
verlengde van het executieve model, ook terug te willen treden uit de recreatieschappen en in plaats daarvoor een subsidierelatie met de schappen aan te willen gaan, zonder daarbij te bezuinigen. Voor Zaanstad heeft het standpunt van GS consequenties, die verder nog niet in kaart gebracht zijn.
Op dit moment participeert Zaanstad als verbonden partij in de recreatieschappen RAUM (Alkmaarder- en Uitgeestermeer) en Twiske - Waterland.
Een nadere verkenning van de positie van Zaanstad en de gevolgen voor Zaanstad in het proces dat moet leiden tot bestuurlijke vernieuwing van recreatieschappen is noodzakelijk om goed te kunnen participeren in dit proces. Hier zal in 2015 door gemeente Zaanstad invulling aan gegeven worden.

Overzicht met verbonden partijen

Dit overzicht is op basis van de BBV vanaf 2014 verplicht. De volgende gegevens moeten worden weergegeven:
a. de naam en de vestigingsplaats
b. het openbaar belang dat op deze wijze behartigd wordt
c. de veranderingen die zich hebben voorgedaan gedurende het begrotingsjaar in het belang dat de
gemeente onderscheidenlijk provincie in de verbonden partij heeft
d. het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van
het begrotingsjaar
e. het resultaat van de verbonden partij.

Gemeente Zaanstad hanteert een bredere definitie van een verbonden partij. Deze verbonden partijen zijn ook in dit overzicht meegenomen.